logo christenunie

Vragen fractie CU inzake herpositionering jongerenwerk

Gepubliceerd op
Gepubliceerd in
Deel:

TWENTERAND – De fractie ChristenUnie stelt het volgende:

Een gemeente is op grond van de jeugdwet bestuurlijk en financieel verantwoordelijk voor de preventie, ondersteuning, hulp en zorg bij het opgroeien en opvoeden, psychische problemen en stoornissen. En een gemeente heeft de vrijheid om daarin, binnen juridische kaders, keuzes te maken. Het college heeft vanuit deze verantwoordelijkheid besloten de huidige subsidierelaties voor wat betreft het jongerenwerk in Twenterand per 1 maart 2023 te beëindigen met de bestaande partijen Maxx en ZorgSaam Twenterand.

De raad is hierover geïnformeerde middels een raadsbrief eind februari dit jaar en tevens heeft het college ons geïnformeerd over een nieuwe opdrachtverlening die wordt vastgesteld bij de begroting van 2023. Daarnaast hebben wij de adviezen gelezen die worden gegeven door Pels en Rijcken en BDO. Deze adviezen zijn aangevraagd door het college over de juridische mogelijkheid van scenario 2, waarbij gekozen wordt voor het één op één verstrekken van een subsidie aan ZorgSaam Twenterand. Gelezend hebbend de adviezen van Pels Rijcken en BDO heeft de ChristenUnie hierover de volgende vragen aan het college.

1. Hoe kijkt het college aan tegen de rechtmatigheid van de een op een opdrachtverstrekking aan één partij in Twenterand? Hierbij rekening houdend met het BDO -advies. BDO benoemt hierbij dat het verlenen van een subsidie niet uitsluit dat er sprake kan zijn van het verlenen van een overheidsopdracht, als er sprake is van een verplichting jegens de aanbieder om te “presteren” en als daar een beloning tegenover staat die afdwingbaar is. Ook als deze opdracht volgens de Algemene wet bestuursrecht een regeling als niet -commerciële transactie aanmerkt. In die situatie is volgens het advies sprake van een overheidsopdracht en moet er worden aanbesteed.

2. Is het college bereid om de subsidieverlening, die zij één op één wil verstrekken aan ZorgSaam, als “zuivere subsidie” aan te merken (dit is een subsidie zonder uitvoeringsovereenkomst waarbij de subsidie meestal als lumpsum bedrag wordt uitgekeerd en maatschappelijke activiteiten kunnen worden gestimuleerd). Hierbij moet worden opgemerkt dat ZorgSaam in dat geval niet verplicht is de gesubsidieerde activiteiten daadwerkelijk uit te voeren en waarbij, in het geval er niet zou worden geleverd, als sanctie geldt dat de verleende subsidie lager (of op nul) wordt vastgesteld en dat betaalde voorschotten worden teruggevorderd.

3. Hoe ziet het college het eventueel verlenen van een “zuivere subsidie” in relatie tot het uitvoeren van de wettelijke taak die zij heeft zoals boven geschetst? Kan het college ons garanderen dat de verleende taak wordt uitgevoerd?

4. AIs het college zou kiezen voor een begrotingssubsidie is het college dan bereid om, vanwege de schaarse publieke rechten, een transparante wijze van verdeling van de subisidie te volgen, wat inhoudt dat alle geïnteresseerde partijen gelijke kansen moet worden geboden en gegeven om hierop aanspraak te maken en daarvoor een wettelijk voorschrift vast te stellen? Kan het college anderzijds aangeven op basis van welke prioriteringen subsidies op dit moment binnen de verordening worden verstrekt? En op grond van welke rechtmatigheid de subsidie dan aan 1 partij kan worden vertrekt?

5. Zoals de adviesnotie herpositionering jongerenwerk al aangeeft :
Als in afwijking van het ambtelijke advies en de adviezen van BDO Legal en Pels Rijcken wordt gekozen voor scenario 2, heeft dit besluit waarschijnlijk financiële gevolgen omdat bij mogelijke aansprakelijkstellingen de gemeente niet verzekerd is op grond van 3.12.2 van de
verzekeringsvoorwaarden AVG014. Wat is de betekenis hiervan voor de gemeente Twenterand en aan welke gevolgen kunnen we dan denken? Hoe schat de gemeente de kans in dat dit risico gaat optreden en met welk bedrag wordt dan rekening gehouden?

6. Kan het college, gezien bovengenoemde onzekerheid, uitleggen waarom er niet wordt gekozen voor een meervoudige onderhandse aanbesteding zoals voor 2B diensten tot een bedrag van € 750.000,- mogelijk is? (Een 2B dienst is een aanbesteding die valt onder het eenvoudige regime en betreft diensten in de sectoren zorg en welzijn. Dit vereenvoudigde regime geldt met in gang van 1 juli 2016).

© Stichting Delta Media Groep
Website door Webton